dinsdag 28 februari 2012

Aanvullende wetgeving i.v.m. hoge aanvullende kosten bij waardeoverdracht van pensioenrechten

De individuele waardeoverdracht is voor werknemers een wettelijk recht bij het einde van een dienstverband of einde van een deelnemerschap.

Dit recht is voor de werknemer belangrijk omdat hiermee:
  • bij de zogenaamde eindloonregelingen een pensioenbreuk wordt beperkt
  • wordt voorkomen dat het pensioen vanuit verschillende bronnen wordt uitbetaald
  • gelden en rechten binnen een meer efficiënte en rendabele administratie kunnen worden geplaatst.
Het wettelijk recht op individuele waardeoverdracht werd op 8 juli 1994 ingevoerd om de arbeidsmobiliteit van voornamelijk oudere werknemers te vergroten. Dit zodat zij niet bij een werkgever bleven werken op straffe van verlies van pensioen.

Kostenprobleem
Bij een waardeoverdracht waarbij verzekeraars betrokken zijn én waarbij sprake is van verzekerde pensioenrechten ontstond het volgende kostenprobleem:
Een werknemer komt in dienst en oefent zijn recht uit om oude pensioenrechten in te brengen in de nieuwe pensioenregeling. In deze situatie werd de nieuwe werkgever direct geconfronteerd met een forse nota van zijn pensioenuitvoerder. Er moest namelijk bijbetaald worden omdat de overgedragen waarde van pensioenopbouw uit het verleden onvoldoende was om de toezegging bij de nieuwe uitvoerder in te kopen

Geen aanvullende kosten
Hiervoor wordt expliciet gesproken over pensioenrechten in combinatie met verzekeraars. De bijbetalingproblematiek is niet van toepassing wanneer de werkgever is aangesloten bij een pensioenfonds. Pensioenfondsen rekenen tekorten niet direct door aan de werkgever (maar wel doorsnee in de premiegrondslagen).
Tevens zijn de kosten niet van toepassing wanneer de werkgever een pensioenregeling op basis van premie- of kapitaalovereenkomst heeft gesloten. Kort gezegd zijn dit de beschikbare premieregelingen en streefregelingen waarbij kapitaal op bijvoorbeeld beleggingsbasis wordt opgebouwd en waarbij op pensioendatum het pensioenrecht ofwel de uitkering wordt aangekocht.

Hoe komen de extra kosten tot stand?
Als een werknemer gebruik maakt van het recht op individuele waardeoverdracht wordt de actuariële waarde van diens pensioenaanspraken bepaald. Verzekeraars doen dit op basis van een tarief dat op marktwaardering wordt vastgesteld. Het verplicht te hanteren tarief wordt jaarlijks door de wetgever vastgesteld en loopt in lijn met de marktrenteontwikkeling.

De oude pensioenuitvoerder berekent actuarieel de afkoopwaarde van het opgebouwde pensioen. De afkoopwaarde wordt vergeleken met de overdrachtswaarde die wordt berekend op basis van het wettelijk tarief.

Als de wettelijk bepaalde overdrachtswaarde hoger is dan de afkoopwaarde dan moet de werkgever verplicht het verschil aanvullen. Tot voor kort was echte de afkoopwaarde altijd hoger en kreeg de oude werkgever juist het verschil terug. Dit omdat de tariefrente relatief hoog was.

De actuariële overdrachtswaarde wordt vervolgens gestort bij de pensioenuitvoerder van de nieuwe werkgever. De nieuwe pensioenuitvoerder bepaalt of de overdrachtswaarde werkelijk voldoende is om de overgedragen pensioenrechten te financieren.

Wanneer de overdrachtswaarde onvoldoende is, zal de nieuwe werkgever moeten bijbetalen. Zijn de middelen wel voldoende dan wordt het surplus gebruikt om het pensioen van de medewerker te indexeren. De nieuwe werkgever krijgt ontstane positieve verschillen dus niet op de rekening gestort. Tot voor kort was het de nieuwe werkgever die altijd nog een bijbetaling moest doen om de overgedragen rechten te financieren.

Voor 2011
In tijden van hogere marktrente (voor 2010: 4,122 %; voor 2009: 4,533%) schiet de inkomende actuariële waarde altijd te kort ten opzichte van de door de nieuwe pensioenuitvoerder in rekening gebrachte inkoopsom. De nieuwe werkgever zal bij waardeoverdracht van een nieuwe werknemer moeten bijbetalen. Het bij te betalen bedrag is uiteraard afhankelijk van de hoogte van de te verkrijgen pensioenaanspraken.
 
Deze consequenties maakten het voor werkgevers onaantrekkelijk om oudere werknemers met hogere pensioenaanspraken in dienst te nemen. Dit effect is dus eigenlijk tegengesteld van wat indertijd beoogd werd bij invoer van de wettelijke waardeoverdracht.

Vanaf 2011
In tijden van lagere marktrente (voor 2011: 2,984% en voor 2012: 2,802%), schiet de uitgaande actuariële waarde altijd te kort ten opzichte van de door de oude pensioenuitvoerderberekende afkoopwaarde en zal de oude werkgever bij uitdiensttreding moeten bijbetalen.
 
Ten opzichte van een paar jaar terug geldt dus nu een heel andere situatie. Door de lage tariefrente is een einde gekomen aan de bijbetalingsproblemen bij het in dienst nemen van vooral oudere werknemers. Echter, de werkgever die zijn oudere werknemers kwijt raakt, mist nu én een stuk belangrijke ervaring én moet nog een fors bedrag aan pensioen bijbetalen.

Aangepaste wetgeving
Op 29 november 2011 is de Verzamelwet Pensioenen ( 33 013) door de Eerste Kamer aangenomen. Met deze wijziging van de Pensioenwet wordt een uitzondering op de plicht van pensioenuitvoerders tot medewerking aan waardeoverdracht geïntroduceerd.
 
Er geldt geen plicht tot waardeoverdracht indien de overdragende of ontvangende pensioenuitvoerder een verzekeraar is en aanvullende bijdragen van de oude of nieuwe werkgever noodzakelijk zijn wanneer die een, bij Algemene maatregel van bestuur te bepalen, grens overschrijden. Op dit moment is deze grens ons nog niet bekend.
 
Het betreft hier een tijdelijke maatregel voor de komende 2 jaar in afwachting van een meer fundamentele discussie over waardeoverdracht.
 
Mocht die desbetreffende werkgever toch bereid zijn om (vrijwillig) de bijbetalinglasten te betalen, dan krijgen pensioenuitvoerders de bevoegdheid om alsnog mee te werken aan waardeoverdracht.

Wat te doen
Het kan zijn dat u als werkgever een middelloonregeling aan uw werknemers toezegt. Gaat een medewerker uit dienst, houdt u er dan rekening mee dat u nog extra kosten aangerekend worden op het moment dat de ex-werknemer een waardeoverdracht aanvraagt.
 
Er bestaat ook een mogelijkheid dat u nu een beschikbare premieregeling toezegde maar dat in het verleden ook een eind- of middelloonregeling bestond. Uit hoofde van deze oude regeling kan aan u als werkgever nog steeds extra kosten worden toegerekend.
 
Hebt u vragen of opmerkingen over dit onderwerp, neemt u dan contact op met één van de pensioenspecialisten van WTC Benefits.

U kunt ons ook volgen op Facebook en Twitter

donderdag 9 februari 2012

Een volgende stap naar meer pensioeninzicht

In het rapport ‘Een volgende stap naar meer pensioeninzicht: pensioeninformatie actief gebruiken’ doet de AFM verslag van het onderzoek naar de invulling van hulp bij financiële planning voor de oude dag.

Hoe voorkomen we teleurstelling over de hoogte van de uitkering of zelfs een armoedeval bij pensionering, nu de risico’s van pensioenen meer en meer bij de deelnemer terechtkomen? Waar kan de consument onafhankelijk, deskundig, betaalbaar, laagdrempelig en persoonlijk informatie inwinnen over zijn pensioeninkomen?

Download hier het rapport: Een volgende stap naar meer pensioeninzicht



U kunt ons ook volgen op Facebook en Twitter