vrijdag 21 november 2014

Pensioencijfers 2015 met onder andere AOW franchise 2015

Het pensioeninkomen bestaat voor een deel uit een AOW-uitkering. Voor het vaststellen van een pensioenpremie of pensioenaanspraak dient men rekening te houden met de AOW-uitkering. Dit gebeurt door middel van een AOW-franchise. Van het pensioengevend salaris wordt de AOW-franchise afgetrokken. Wat resteert is de pensioengrondslag. Over de pensioengrondslag bouwt een werknemer pensioen op.


Hierbij treft u de belangrijkste pensioencijfers aan voor 2015, de pensioen franchise 2015 en de sociale cijfers.

Pensioen

De AOW-franchise 2015 op basis van 100/75 zelfstandige AOW is € 12.642. Dit is de franchise die is gebaseerd op de minimaal te hanteren AOW bedragen voor de berekening van het pensioen in middelloonregelingen. 

De AOW-franchise 2015 op basis van 100/66,28 zelfstandige AOW is € 14.305. Dit is de franchise die is gebaseerd op de minimaal te hanteren AOW bedragen voor de berekening van het pensioen in eindloonregelingen.

Tot het jaar 2015 is er geen onderscheid met betrekking tot de minimale franchise binnen een middelloon en een eindloon pensioenregeling. Voor veel regelingen zal daarom de AOW-franchise op basis van 100/70 zelfstandige AOW nog gehanteerd worden. Deze is in 2015 € 13.545.

De AOW franchise 2015 op basis van 100/75 ongehuwde AOW is € 18.489 en op basis 100/66,28 is de franchise € 20.921. Deze bedragen dienen te worden gehanteerd indien sprake is van pensioen in eigen beheer.

Het premiepercentage volksverzekeringen voor de AOW is ongewijzigd gebleven op 17,9%. Dit bedrag is van belang voor de berekening van de premiecompensatie voor het AOW-overbruggingspensioen (overgangsregime) en het nabestaandenoverbruggingspensioen.

AOW

De AOW voor een zelfstandige bedraagt voor 2015 € 9.482 (2014: € 9.414).
De AOW voor een alleenstaande bedraagt voor 2015 € 13.867 (2014: € 13.733).

Hebt u vragen of opmerkingen? Wilt u meer informatie? Neemt u dan contact op met de pensioenspecialisten van WTC Benefits.



U kunt ons ook volgen op Facebook en Twitter

donderdag 23 oktober 2014

Ministerraad akkoord met Algemeen Pensioenfonds

Er komt een nieuw soort pensioenfonds: het algemeen pensioenfonds (APF). Dit pensioenfonds krijgt een plek naast de bestaande beroeps-, bedrijfstak- en ondernemingspensioenfondsen. Dit nieuwe pensioenfonds biedt sociale partners en bedrijven een extra alternatief voor het onderbrengen van een pensioenregeling.



Pensioenfondsen hebben te maken met een afname van het deelnemersbestand, waardoor het steeds moeilijker wordt om goede pensioenen te garanderen. Daarom heeft de pensioensector in de afgelopen jaren gevraagd om een alternatief voor het onderbrengen van een pensioenregeling en dat komt er nu: het algemeen pensioenfonds (APF)

Het APF krijgt een plek naast de bestaande beroeps-, bedrijfstak- en ondernemingspensioenfondsen en biedt sociale partners en bedrijven een extra alternatief aan voor het onderbrengen van een pensioenregeling. De ministerraad heeft hiermee ingestemd op voorstel van staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Minder kosten voor beter pensioen

Het APF maakt een nieuwe vorm van bundeling mogelijk van verschillende pensioenregelingen. De verwachting is dat hierdoor allerlei voordelen kunnen worden gerealiseerd, zoals het beperken van bestuurlijke lasten, vermogensbeheer- en uitvoeringskosten. Dat is in het belang van de deelnemers.

Een APF mag meerdere pensioenregelingen uitvoeren en is dus niet beperkt tot een bepaalde sector, maar moet wel gescheiden vermogens aanhouden. Het bestuur is, net als in elk ander pensioenfonds, verantwoordelijk voor een evenwichtige belangenafweging van alle betrokken partijen.

Steeds minder pensioenfondsen

In de afgelopen 20 jaar is het aantal pensioenfondsen in Nederland sterk gedaald van 1122 fondsen in 1992 naar 382 fondsen eind 2013. De verwachting is, dat het aantal fondsen in de loop van 2014 tot onder de 350 daalt, waarna de daling door zal zetten tot onder de 300 fondsen. Op dit moment zijn ruim 60 fondsen bezig om hun activiteiten elders onder te brengen.

Hebt u vragen of opmerkingen? Wilt u meer informatie? Neemt u dan contact op met de pensioenspecialisten van WTC Benefits.

Bron: Rijksoverheid


U kunt ons ook volgen op Facebook en Twitter



Eigen beheer pensioen en dividenduitkering

In 2014 betaalt de ondernemer eenmalig minder belasting over een dividenduitkering die vanuit de BV wordt uitgekeerd. De uitkering wordt belast in box 2 als inkomen uit aanmerkelijk belang. Voor 2014 geldt een tarief van 22% voor zover het dividend niet hoger is dan € 250.000. Over het meerdere blijft het normale 25%-tarief van toepassing.

Aandachtspunten

Bouwt een DGA pensioen in eigen beheer op, dan is een dividenduitkering alleen mogelijk als er voldoende vermogen overblijft voor de dekking van het pensioen. Om dit vermogen te toetsen, dient worden uitgaan van de commerciële waarde van de pensioenverplichting. En dus niet van de fiscale voorziening zoals die op de balans staat.

De commerciële waarde (waarde in het economisch verkeer) is het bedrag dat aan een verzekeraar betaald zou moeten worden om het pensioen werkelijk buiten de risicosfeer van de BV te brengen.
De commerciële waarde is aanzienlijk hoger dan de fiscale waarde van de pensioenverplichting. De ondernemer loopt grote risico’s als dividend uitbetaald wordt wanneer het werkelijke eigen vermogen van de BV dit eigenlijk niet toestaat:
  • De Belastingdienst ziet een verboden handeling met onmiddellijke sancties als gevolg
  • Bij blijvende onderdekking zal het later afstempelen van pensioen onmogelijk worden
  • De dividenduitkering zal moet worden terugbetaald aan de BV
Vindt er een verboden handeling plaats, dan betaalt u direct maximaal 52% inkomstenbelasting over de waarde in het economisch verkeer van het opgebouwde pensioen. Die waarde is aanzienlijk meer dan de fiscale waarde. Bovendien betaalt u ook nog eens 20% revisierente over diezelfde waarde.

Hebt u vragen of opmerkingen? Wilt u meer informatie? Neemt u dan contact op met de pensioenspecialisten van WTC Benefits.


U kunt ons ook volgen op Facebook en Twitter

Vrijwillig voortzetten pensioen na ontslag

Kan de werknemer pensioen blijven opbouwen na ontslag? Een veelgestelde vraag voor een weinig populaire voorziening.

Voor een ex-werknemer is het mogelijk om de pensioenopbouw gedurende een periode voort te zetten bij de verzekeraar. Voordeel is uiteraard dat het pensioengat beperkt blijft en dat overlijdensrisicodekkingen langer in stand blijven. Deze mogelijkheden gelden ook voor een werknemer die gedeeltelijk uit dienst gaat (deeltijdontslag).

Op basis van artikel 54, lid 1 van de Pensioenwet kan een deelnemer aan de pensioenregeling die gewezen werknemer wordt (ontslag / uitdienst), gedurende 3 jaar de pensioenopbouw vrijwillig voortzetten.

Criteria bij het vrijwillig voortzetten van pensioenopbouw:
·         Duur is maximaal 3 jaar
·         Aanvraag binnen 9 maanden na ontslag
·         Bij deeltijdontslag naar rato
·         Toegestaan wanneer het pensioenreglement ruimte biedt
·         Geldt eenduidig voor personeel
·         Afspraken tussen werkgever en werknemer duidelijk op papier
·         Dubbele opbouw door een eventuele indiensttreding elders is niet toegestaan
·         Het is niet relevant of de voormalig werknemers een uitkering ontvangen

De wetteksten en een later (beleids)Besluit van 27-4-2012 geven meerdere handvatten voor een uitbreiding van de vrijwillige voortzetting van 3 naar 10 jaar. Uiteindelijk moet de conclusie zijn dat deze langere termijn alleen voor zelfstandig ondernemers en voormalig werknemers met een langdurige uitkering (VUT, prepensioen) kan gelden.

De afdracht van premies bij vrijwillig voortzetten van pensioenopbouw kan op twee manieren. Of de werkgever betaalt de premies en rekent eventueel de premies door aan de voormalig werknemer. Of de werknemer draagt de premies zelf direct af aan de verzekeraar. Dit laatste komt in de praktijk niet voor. De werkgever blijft zodoende de primaire premiebetaler.

Hebt u vragen of opmerkingen? Wilt u meer informatie? Neemt u dan contact op met de pensioenspecialisten van WTC Benefits.


U kunt ons ook volgen op Facebook en Twitter

donderdag 21 augustus 2014

DGA pensioen per 1 januari 2015

Voor het inleidende deel verwijzen wij graag naar onze artikelen ‘Wetswijziging leidt tot versobering pensioen’ en 'Wetswijziging pensioen per 1 januari 2015'. Hierin wordt benoemd dat nieuwe wetgeving in 2015 zorgt voor versobering van de pensioenopbouw en hiermee het maximaal te behalen pensioen.






De turbulente wereld van pensioenopbouw in eigen beheer

Het overgrote deel van de directeuren-grootaandeelhouders met een pensioentoezegging, “verzekert” de pensioenopbouw in eigen beheer. Aanspreekpunt voor de uitvoering is over het algemeen de accountant.

De financieel specialist had de afgelopen jaren de handen vol aan de verscherpte accountancy regels, extra toezicht van de Belastingdienst en de invoer van de ‘Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht’. Al deze zaken hebben zijdelings invloed op de pensioenvoorziening van de DGA.
In 2014 en 2015 wijzigt ook nog eens wetgeving die direct van invloed is op het te reserveren pensioen. Per 1 januari 2014 werd de pensioenrichtleeftijd verhoogd van 65 naar 67 jaar. Dit zorgde, ongeacht de werkelijk geplande pensioenleeftijd, voor aanpassingen in de reservering van pensioen.

Wij vragen de DGA: Is uw inkomen voor later, op dit moment al goed geregeld?

Uw pensioendossier in 2014 en 2015 op orde

De invoering van gewijzigde wetgeving per 1 januari 2014 zou in moeten houden dat uw pensioendossier nu volledig op orde is. Als het goed is, heeft u in 2013 nog een aangepaste pensioenovereenkomst ondertekend en heeft u de aanpassingen vastgelegd in notulen. Is dit niet het geval dan loopt u kans op sancties vanuit de Belastingdienst.
Twijfelt u over uw pensioendossier of over de verzekeringen die hierbij ondersteunend zijn afgesloten, neemt u dan contact op met uw accountant én de pensioenspecialist bij WTC Benefits.

De DGA zonder pensioen in eigen beheer

Niet alle ondernemers met een BV. kiezen voor het fiscaal technisch reserveren van pensioen in de eigen onderneming. De argumenten hierbij zijn dat het beheer omslachtig is en dat er niet werkelijk geld opzij gezet wordt.
De DGA die zijn pensioenopbouw onderbracht bij een verzekeraar zal ook geraakt worden door de wetswijzigingen van 2014 en 2015. Gelijk aan de collectieve werknemersregeling zal de verzekeraar een aanpassingsvoorstel doen.
Ook hier geldt dat WTC Benefits u kunt informeren en adviseren over de te maken keuzen.

Hebt u vragen of opmerkingen? Wilt u meer informatie? Neemt u dan contact op met de pensioenspecialisten van WTC Benefits.


U kunt ons ook volgen op Facebook en Twitter

Wetswijziging pensioen per 1 januari 2015

De fiscaal maximaal toelaatbare pensioenopbouw wordt per 1 januari 2015 op meerdere punten versoberd. Het overgrote deel van Nederlandse pensioenregelingen zal worden geraakt. 

Hier volgt een opsomming van de wijzigingen:
  • Nu nog kan, bij een gemiddelde van 40 dienstjaren in een zeer uitgebreide pensioenregeling, 90% van het gemiddelde inkomen aan pensioen worden opgebouwd. Dit percentage wordt per 2015 verlaagd naar 75%. Bij eindloonregelingen zal dit een verlaging van 80% naar 66,67% van het laatstverdiende inkomen zijn.
  • In veel pensioenregelingen is de opbouw van ouderdomspensioen uitgedrukt in een beschikbare premiestaffel. Deze premiestaffel zal verlaagd moeten worden.
  • Het pensioengevend salaris wordt gemaximeerd op € 100.000. Dit raakt een relatief kleine groep werknemers. Toch kan deze groep door een optelling van maatregelen onevenredig zwaar getroffen worden.
  • De pensioenrichtleeftijd verschuift naar 67 jaar. Dit is in veel regelingen ook al doorgevoerd.
  • Bijspaarregelingen zullen versoberen of zelfs verdwijnen. Nu kan de individuele werknemer vaak nog extra pensioen opbouwen. Dit voor zover er ruimte bestaat tussen het toegezegde pensioen en de fiscaal maximale ruimte. Aangezien deze ruimte kleiner wordt, zullen veel verzekeraars de bijspaaroptie afschaffen.
  • Ook de risicodekking van het partner- en wezenpensioen wordt geraakt. Op basis van de nieuwe wetgeving zullen de verzekerde bedragen omlaag gaan.
  • Het deel van het salaris dat betrokken is in de pensioenopbouw, ofwel de pensioengrondslag, wijzigt. Dit is het gevolg van een wijziging in de berekening van de hoogte van de franchise.

In de praktijk is het mogelijk om aantal versoberingen te compenseren. Dit hangt wel af van de specifieke ruimte in uw bestaande regeling en ook de mogelijkheden die de verzekeraar biedt.


Hebt u vragen of opmerkingen? Wilt u meer informatie? Neemt u dan contact op met de pensioenspecialisten van WTC Benefits.


U kunt ons ook volgen op Facebook en Twitter

Wetswijziging leidt tot versobering pensioen

De Eerste Kamer heeft op 27 mei 2014 akkoord gegeven op een wetsvoorstel dat van grote invloed is op de pensioenopbouw van werknemers. Op 1 januari 2015 gaat de ‘Wet verlaging maximum opbouw- en premiepercentages pensioen en maximering pensioengevend inkomen’ in.
Voor uw werknemers betekent dit hoogst waarschijnlijk een versobering van de pensioenopbouw per 1 januari 2015.

Hoe pakken wij dit aan?

Samen met u en de verzekeraar zorgen wij ervoor dat de pensioenregeling voor uw werknemers ook per 1 januari 2015 blijft voldoen aan wetgeving. Veelal ontvangt u in kwartaal 3 van dit jaar een aanpassingsvoorstel van de verzekeraar. Het uitgangspunt is om de pensioenopbouw zoveel mogelijk ongewijzigd te laten. Dit blijkt niet altijd mogelijk te zijn. WTC Benefits zal u de komende maanden blijven informeren en waar nodig adviseren.


Hebt u vragen of opmerkingen? Wilt u meer informatie? Neemt u dan contact op met de pensioenspecialisten van WTC Benefits.


U kunt ons ook volgen op Facebook en Twitter

woensdag 5 maart 2014

Benadeling van laag betaalde arbeidsongeschikten

De AOW-leeftijd schuift geleidelijk op naar 67 jaar. In alle wettelijke bepalingen is de leeftijd van 65 jaar gewijzigd in de AOW-gerechtigde leeftijd. Dit heeft echter ook vervelende bijwerkingen.

Vervelende gevolgen

De WIA liep tot voor kort tot 65 jaar en de pensioenrichtleeftijd was ook 65 jaar, dus kon de pensioenopbouw voor een arbeidsongeschikte werknemer worden voortgezet tot aan de pensioendatum. De WIA loopt inmiddels tot de AOW-ingangsdatum. In 2014 dus 65 jaar en twee maanden. De pensioenrichtdatum is echter inmiddels al 67 jaar. Deze verschillende ingangsdata hebben gevolgen voor de pensioenopbouw van de langdurig arbeidsongeschikte werknemer.

Werknemer met laag salaris

Een arbeidsongeschikte werknemer met een salaris  lager dan de SV-loongrens (2014: € 51.417) loopt een pensioengat op. De WIA-uitkering stopt namelijk op 65 jaar en 2 maand en dan is er dus geen sprake meer van een loongerelateerde uitkering. Hierdoor kan de pensioenopbouw in de periode van 65 jaar en 2 maanden tot aan 67 jaar niet langer worden voortgezet.

Werknemer met hoog salaris

De arbeidsongeschikte collega met een salaris dat hoger is dan de SV-loongrens en waarbij naast de WIA ook een arbeidsongeschiktheidspensioen (WIA-Excedent) loopt die wel tot 67 jaar uitkeert, heeft dit probleem niet. Doordat het arbeidsongeschiktheidspensioen uitkeert, blijft er ook na de AOW-gerechtigde leeftijd tot aan de leeftijd van 67 jaar sprake van een loongerelateerde uitkering.

Discriminatie

Wij hebben deze onbedoelde discriminatie in de wet aan enkele leden van de Tweede Kamer voorgelegd en hebben gepleit om voor iedereen premievrijstelling tot de pensioenrichtleeftijd mogelijk te maken.

Wordt vervolgd…


U kunt ons ook volgen op Facebook en Twitter

dinsdag 18 februari 2014

Hoe regel je duurzame inzetbaarheid van werknemers?

Vandaag is door Delta Lloyd het tweede thema van het onderzoek ‘Hoe gaat Nederland met Pensioen’ gepubliceerd. Het tweede thema is ‘duurzame inzetbaarheid’. Delta Lloyd meet jaarlijks welke maatregelen werknemers bereid zijn te nemen om langer door te werken en duurzaam inzetbaar te blijven. Welke rol verwachten zij daarbij van hun werkgever?



Wat zijn de belangrijkste conclusies

De belangrijkste conclusies over het thema ‘Duurzame Inzetbaarheid’ zijn:
  • Bijna twee derde van de werknemers in Nederland neemt geen maatregelen om langer door te kunnen werken én is dit voorlopig ook niet van plan.
  • Werknemers willen na hun 65e langer doorwerken op hetzelfde niveau. Voor een grote meerderheid zijn bijscholing, demotie of een lager salaris geen optie.
  • Minder uren werken is voor 45% van de werknemers in Nederland wel bespreekbaar. Ook kennisverbreding, bijsparen en in goede gezondheid blijven zijn vaak genoemde maatregelen die werknemers treffen.
  • Meer dan de helft van de werknemers weet niet of de werkgever het mogelijk maakt om langer door te werken.
Werknemers onderkennen breed het belang van een goede voorbereiding op langer doorwerken, maar slechts een klein deel van hen neemt concreet maatregelen.

Inzicht in resultaten per branche en bedrijfsgrootte

In het verdiepingsrapport kun je per branche en bedrijfsgrootte lezen hoe werknemers omgaan met hun duurzame inzetbaarheid. Download het verdiepingsrapport

Meer informatie?

Wil je meer weten over dit jaarlijks onderzoek? Bekijk dan het persbericht "Bijna twee derde nederlanders bereidt zich niet voor op langer doorwerken" en de onderzoeksresultaten.


U kunt ons ook volgen op Facebook en Twitter